UEFA Europa League
De UEFA Europa League is voortgekomen uit de UEFA Cup, een toernooi dat op zijn beurt voortkwam uit de Inter Cities Fairs Cup, en werd georganiseerd voor representatieve teams met spelers uit Europese steden waar regelmatig handelsbeurzen werden gehouden. Deze voorloper van de UEFA Cup werd opgericht op 18 april 1955, 2 weken na de introductie van de Europa Cup voor landskampioenen. In de eerste editie streden teams uit Barcelona, Basel, Birmingham, Kopenhagen, Frankfurt, Lausanne, Leipzig, Londen, Milaan en Zagreb. In deze originele opzet duurde het toernooi drie jaar, waarbij de wedstrijden samenvielen met de beurzen.
Hierna kozen de organisatoren voor clubteams, maar moesten zij nog wel afkomstig zijn uit de steden waar de beurzen georganiseerd werden. Zestien clubs namen deel aan het 1958 – 1960 toernooi waarna het op jaarlijkse basis georganiseerd werd. In 1962 was het aantal deelnemers gestegen tot 32, en nu zijn het er meer dan 100.
In deze vroege jaren waren het met name de Zuid-Europese teams die domineerden, zo wist Barcelona het toernooi drie keer te winnen en Valencia twee keer. In 1968 was het Leeds United dat als eerste Noord Europese club de Europese trofee mee naar huis nam. Het bleek een startschot voor zes opeenvolgende winnaars uit Engeland.
Vanaf 1971-1972 veranderde de naam in de UEFA Cup. De verandering van naam was een gevolg van het feit dat het toernooi nu werd georganiseerd door de UEFA en niet meer verbonden was aan de beurzen. In de jaren ’70 begonnen Duitse, Nederlandse, Belgische en Zweedse clubs op succesvolle wijze te concurreren met de Engelse teams. Tussen 1968 en 1984 wist slechts een Zuid Europese club de Noordelijke dominantie te verstoren: Juventus in 1977. Maar in de jaren ’90 namen de Italianen de controle over, te beginnen met Napoli in 1989. In elf seizoen wist maar liefst acht maal een Italiaanse club de UEFA Cup te winnen, waarvan Inter er drie voor zijn rekening nam, tot het moment dat Galatasaray in 2000 als eerste Turkse club een Europese prijs pakte.
Vanaf 1999 – 2000, nadat de Europa Cup II was opgeheven, namen ook de nationale bekerwinnaars deel aan de UEFA Cup. Daarnaast traden ook de clubs die geëlimineerd waren in de derde voorronde van Champions League en de acht teams die als derde eindigden in de groepsfase van hetzelfde toernooi toe tot de UEFA Cup. In 2004/2005 werd voor het eerst een groepsfase geïntroduceerd, met 40 teams die 4 wedstrijden speelden.
Sinds 2009 / 2010 is de competitie bekend als de UEFA Europa League, waarbij de groepsfase is uitgebreid naar 48 clubs die zes wedstrijden spelen op thuis- en uit basis, vergelijkbaar met het format van de Champions League. De eerste twee titels sinds de nieuwe opzet waren voor Atletico Madrid (2010) en FC Porto (2011)

















